Katja Langen (Eneco)

Wie de burger negeert kan niet slagen

Eneco geeft scholieren les in windenergie

KATJA-LANGEN-INTERVIEW-2100

De tijd dat energiebedrijven zomaar een windmolen in de achtertuin van mensen neerzetten is voorbij, zegt Eneco. Voldongen feiten moeten plaatsmaken voor persoonlijk overleg met buurten en burgers. Gebeurt dat niet? Dan is de groene transitie gedoemd te mislukken.

Schaterlachend springt een bonte verzameling van acht- en negenjarigen rond een grote rode windsimulator. “Harder! Harder! Harder!”, scanderen de schelle kinderstemmen. Er staat wat op het spel vandaag. Een basisschoolklas uit Spakenburg heeft in groepjes gebouwd aan eigen windmolentjes. De windmachine moet uitwijzen welk team de meeste groene energie opwekt. Zodra de kinderen hun scores horen, rennen ze terug naar de tekentafel waar wieken worden bijgesteld of andere aanpassingen plaatsvinden. Alles voor het hoogste rendement.

Bron: vimeo.com

Leren over windenergie

Eneco besloot twee jaar geleden om in de haven van Amsterdam een educatief ‘Windlab’ neer te zetten. Naast een windmolenpark en op steenworp afstand van hippiegemeenschap Ruigoord, ligt nu een vrolijke halve buis in een verder desolaat weiland. Hier komen dagelijkse tientallen kinderen langs om te leren over windenergie. Want hoe meer kennis over duurzame energie, hoe meer je op latere leeftijd er iets van kan vinden, zo is de gedachte.

“Kinderen is toch waar het begint”, zegt Katja Langen, directeur Business Development. Zij is verantwoordelijk voor een nieuwe aanpak waarmee het vergroenen van Nederland, waaronder het neerzetten van windturbines, niet meer tot ophef maar tot consensus moet leiden. Geen makkelijke taak. Want waar kinderen enthousiast rondspringen in het Windlab, lijken oudere generaties steeds sceptischer.

Lokaal draagvlak

De verklaring daarvoor, zegt Langen, ligt mede bij de sector zelf. “Je komt met nogal grote projecten in de leefomgeving van mensen en helaas zien we dat we in het verleden daar dingen niet zo goed hebben gedaan.” De oude aanpak, waarbij het voornamelijk ging om het verkrijgen van zo veel mogelijk grondposities voor nieuwe molens, leidde tot weerstand in de samenleving. Twee jaar geleden nog kwam Eneco in het nieuws nadat zwijggeld betaald zou zijn aan omwonenden van een windpark in Brabant. Hiermee werd voor Langen bevestigd dat de aanpak die zij een jaar daarvoor binnen Eneco geïntroduceerd had de enige juiste is om samen met de omgeving aan duurzame energie te werken. “We komen niet meer met een blauwdruk waarop we laten zien waar de windmolens komen, maar met een wit vel papier.”

Het is de mantra die ze graag herhaalt: dialoog. Zelf snapt ze de woede van destijds namelijk prima. “Mensen worden boos als ze het gevoel hebben dat ze niet serieus worden genomen en zelfs niet aan tafel mogen zitten.” Om dat tegen te gaan liet ze haar technische mensen het belang zien van het voeren van gesprekken met bewoners en streed intern voor nieuwe mandaten: “Je moet vrij kunnen handelen in het veld als je een goed gesprek wil voeren. Ik wil niet meer dat mensen met ‘Eneco’ praten maar met een mens van Eneco. Bij onze gesprekken met omwonenden wordt altijd de vraag gesteld: hoe willen wij in de toekomst energie blijven gebruiken? We vragen mensen concreet naar wat hun omgeving hierin kan betekenen en hoe we dat samen gaan invullen.”

Groene ambities veiligstellen

Net als de kinderen in het Windlab, die na het ontvangen van een ‘winddiploma’ zichtbaar trots zijn op hun betrokkenheid aan de energietransitie, moeten ook ouders gaan voelen dat ze actief deel uitmaken van een groene en positieve beweging. Het creëren van draagvlak kost misschien extra tijd en een andere aanpak bij windprojecten, maar op de lange termijn moet volgens Langen juist deze stap extra de groene ambities veiligstellen.

Al is het maar de vraag of alle voorvechters van groene verandering die extra tijd willen en kunnen nemen. De gestelde klimaatdoelstellingen manen inmiddels tot snelle actie en een extra stem aan tafel hoeft dat proces niet te vertragen. Sterker nog, het kan het proces versnellen en wellicht verrijken. In het nationale kernteam Wind op Land zitten nu dan ook geen burgers aan tafel, maar uitsluitend het Rijk, de provincies, gemeentes, energiebedrijven en andere belangengroepen. Volgens Langen is dat een gemiste kans. “We moeten als branche afscheid nemen van het buiten de deur houden van bewoners. Omwonendenverenigingen kunnen echt een bijdrage leveren, het is belangrijk en noodzakelijk dat we ook met deze groep bespreken hoe we de energietransitie willen vormgeven.”

Versnelling komt eraan

Want dat die molens er uiteindelijk moeten komen, daar twijfelt ze niet aan. Lage kosten en het vooruitzicht dat de wieken van de turbines subsidieloos kunnen draaien, maken het een belangrijke oplossing voor de toekomst. “De versnelling komt er nu aan: de komende jaren gaan we zien dat veel windparken bijgebouwd worden.” Steeds vaker klinkt de vraag of die nog wel nodig zijn nu offshore wind een vlucht maakt. Eneco heeft al twee windparken op zee, dus waarom nog op het land? “We hebben beide nodig. En vergeet niet: ook bij wind op zee heb je te maken met omwonenden. In dit geval de mensen die uitkijken over zee. Ook daar moeten we vragen welke bijdrage de kustbewoners willen leveren aan de transitie.”

Het Windlab in de Amsterdamse haven trekt binnenkort weer verder. Groningen en Utrecht hebben al interesse getoond voor het reizende klaslokaal, dat zichtbaar een spoor van enthousiasme achterlaat. Wanneer de geknutselde windmolens zijn getest, bijgesteld, opnieuw getest en nog eens bijgesteld, is het tijd voor een van de hoogtepunten van de excursie. In fluorescerende jassen en met grote helmen op, stappen de kinderen door het weiland in de richting van een echte windturbine. Door de energie die door de sokkel heen jaagt, trilt ‘ie en voelt zelfs warm aan. “De kracht die uitgaat van zo’n molen is echt voelbaar”, zegt Langen. Kinderen voelen dat ook, gaan er dicht tegenaan staan en omhelzen de grote witte toren.

De jeugd is overtuigd. Nu hun ouders nog.

Wil je reageren? Doe mee aan het gesprek op community.topvrouwatwork.nl

  1. Het kernteam Wind op Land is een door demissionair minister Henk Kamp in het leven geroepen overlegorgaan. Aan tafel zitten de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Rijk (Economische Zaken en Infrastructuur & Milieu), de Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA), Netbeheer Nederland en Stichting Natuur & Milieu.