Interview

Voorbeeldman #8: Rob van Wingerden

‘Voor diversiteit heb je geduld nodig’

VAN-WINGERDEN-2100×1188

Het zijn nog voornamelijk mannen die aan de top, op weg ernaartoe, de benoemingen doen. Van hen moet het dus komen om meer vrouwen te laten doorstromen; goed voorbeeld doet goed volgen. Daarom interviewt Ingrid Thijssen mannen aan de top die er uit eigen motivatie én ervaring over willen praten. Voorbeeldmannen.
In dit achtste gesprek komt ir. Rob van Wingerden MBA, bestuursvoorzitter van Koninklijke BAM Groep, aan het woord.

Hij is sinds 1 oktober 2014 de CEO bij BAM. Van Wingerden is sinds 2008 lid van de raad van bestuur en werkt sinds 1988 bij het bouwbedrijf. Hij wordt gezien als een van de voorvechters van duurzaamheid in de bouw. BAM heeft zich onder Van Wingerden aangesloten bij de Stroomversnelling, een programma gericht op het ernergieneutraal maken van huurwoningen. De top van BAM is onder zijn leiding diverser geworden. Een derde van de Raad van Bestuur en een derde van de Raad van Commissarissen is vrouw, evenals de Communicatie-directeur. En ook in het senior management van onze werkmaatschappijen zijn vrouwen goed vertegenwoordigd. Van Wingerden noemt zichzelf een hervormer.

Bron: vimeo.com

Het interview

Ingrid Thijssen:
“Jullie doen het goed, met Thessa Menssen in de Raad van Bestuur en Carla Mahieu en Helle Valentin in de Raad van Commissarissen, komen jullie aan dertig procent vrouwen. Hoe hebben jullie dat voor elkaar gekregen?”

Rob van Wingerden:
“Dat is een gezamenlijke inspanning. Dat we die dertig procent hebben gehaald, komt ook omdat wij geduld hebben. We weten dat het nu eenmaal tijd kost om een goede vrouw aan boord te krijgen. Die tijd hebben we genomen, want ze zijn er natuurlijk wel, al zijn ze in onze branche niet dik gezaaid. Kwaliteit is voor BAM altijd het belangrijkste, of het nu een man of een vrouw is. Ik vind het belangrijk dat er ruimte is voor diverse invalshoeken. Dat levert gewoon betere beslissingen op omdat je de zaken in een breder perspectief zet. Je moet je niet blind staren op percentages mannen of vrouwen. Het gaat er volgens mij om dat er ruimte is voor feminiene en masculiene kwaliteiten. Er zijn mannen met een heel feminiene kant en vrouwen die behoorlijk hun mannetje kunnen staan.”

Ingrid Thijssen:
“In veel bedrijven zie je een monocultuur, in plaats van diversiteit.”

Rob van Wingerden:
“Klopt, veel leidinggevenden zoeken onbewust naar een kloon van zichzelf. Een werkomgeving met mensen die op elkaar lijken, maakt het leven misschien in eerste instantie gemakkelijker en overzichtelijker. Maar op de langere termijn heb je niet zoveel aan jaknikkers. Je komt verder als je kritische mensen met uiteenlopende visies en achtergronden bij elkaar zet. Dat betekent niet dat alles vanzelf gaat als je maar een divers team samenstelt. Je moet er als leidinggevende vervolgens wel voor zorgen dat iedereen uit de verf komt, zich gehoord en gezien voelt. Anders heb je er niets aan.”

Ingrid Thijssen:
“Mijn ervaring is dat je vrouwen vaak wat meer uit hun tent moet lokken voordat ze met hun mening komen. Hoe zie jij dat?”

Rob van Wingerden:
“Ja dat herken ik wel, maar ook hier wil ik graag de nuancering aanbrengen dat er óók mannen zijn die niet zo snel het woord nemen en vrouwen die dat juist wel doen. Ik zoek altijd naar de kracht van mensen. Probeer iedereen aan bod te laten komen. Dat klinkt logisch, maar het is soms best lastig. Bovendien, als mensen het met je eens zijn dan moet je altijd een stap verder zetten, doorvragen en ook ruimte geven voor het tegengeluid. Het vergt een groter bewustzijn. Maar je plukt er de vruchten van. Onze bedrijfscultuur is er zeker door veranderd. De sfeer is opener, er is meer ruimte voor het stellen van vragen. Dat komt onder meer omdat er vrouwen in de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen zitten.”

Ingrid Thijssen:
“Hoe hebben jullie Helle Valentin gestrikt voor de Raad van Commissarissen?”

Rob van Wingerden:
“We zijn bij haar terecht gekomen omdat we bij BAM met een digitaliseringsslag te maken hebben. Zij heeft daar als COO bij IBM’s Watson Internet of Things veel expertise in. Die vraag vanuit BAM en haar kwaliteiten op dat vlak, zijn leidend geweest bij haar benoeming. We wilden wel graag een vrouw en waren bereid om daar iets langer naar te zoeken met behulp van een executive search bureau. Elke keer blijkt dat ze er wel zijn, maar dat je het lef moet hebben om de vacature wat langer open te laten.”

Ingrid Thijssen:
“Mijn motto is: ‘het is gewoon veel leuker als jongens en meisjes samenwerken’. Ik houd het graag luchtig, de toon kan zo verbeten worden als het over meer vrouwen aan de top gaat.”

Rob van Wingerden:
“Ik ben het daar helemaal mee eens, het moet geen doel op zichzelf worden. We doen er dus wel bewust wat meer moeite voor om vrouwen binnen te krijgen. Maar ik ben geen voorstander van een quotum. Dat vind ik te geforceerd, als je het moet afdwingen dan wordt het niet van binnenuit gedragen. Een quotum is wat mij betreft een laatste strohalm, een middel dat je inzet als het totaal is vastgelopen. Zolang er beweging in zit, zeg ik: niet doen.”

Ingrid Thijssen:
“Daar ben ik het op zichzelf mee eens, maar ik ben dit jaar toch tot de conclusie gekomen dat een quotum nodig is. Want het schiet gewoon niet op. Er zijn nog zoveel bedrijven met nul procent vrouwen in de RvB en de RvC. Blijkbaar is de urgentie daar nog niet doorgedrongen en moet je het verplicht stellen. Ik weet uit ervaring dat het soms lastig is geschikte vrouwen te vinden, zeker in de sector waarin wij werken. Alliander is net als BAM een technisch bedrijf.”

Rob van Wingerden:
“Klopt, in de techniek zitten toch nog steeds vooral mannen. Dus die stromen ook door naar de top. En dat is de vijver waarin we vissen. Wil je dat veranderen dan moet je terug naar de bron. Daarom zijn we samen met de universiteiten bezig om dat te veranderen, meer vrouwen te werven voor technische studies. Het is een kwestie van een lange adem.”

Ingrid Thijssen:
“Ik zie ook lichtpuntjes. Steeds meer meiden geven aan dat ze na de middelbare school een technische studie willen doen. Het gaat de goede kant op.”

Rob van Wingerden:
“Mijn dochter studeert in Delft, die keuze was voor haar de normaalste zaak van de wereld.”
Ingrid Thijssen: “Heb je ooit een vrouw als leidinggevende gehad?”
Rob van Wingerden: “Nee, nog nooit. Ik heb het niet vermeden, het is gewoon niet voorgekomen. Maar ik zou er denk ik geen enkele moeite mee hebben. Ik ben niet zo bezig met man-vrouw-issues, ik kijk meer naar de mens en de kwaliteiten. Dat zeg ik niet om politiek correct te doen, dat is altijd al zo geweest.”

Ingrid Thijssen:
“Ik denk dat het enorm uitmaakt welke voorbeelden je hebt gekregen. Voor mijn zonen is het volstrekt normaal dat ik een topfunctie heb. Toen ik tot Topvrouw van het Jaar 2016 werd benoemd, vroeg mijn zoon van vijftien waarom dat nog nodig was. Een goede vraag vond ik.”

Rob van Wingerden:
“Ik denk inderdaad dat voorbeelden in je eigen omgeving van groot belang zijn. Mijn vrouw heeft ook altijd haar eigen loopbaan gehad, ze heeft een verantwoordelijke functie bij Phillips gehad en heeft nu haar eigen organisatie-adviesbureau. Mijn vrouw vindt dat ik soms te gemakkelijk doe over diversiteit. Zij heeft in haar carrière wel meer strijd moeten leveren voor gelijke kansen. Hoe ging dat bij jou?”

Ingrid Thijssen:
“Je ziet vooral dat vrouwen boven de veertig stagneren. Als er kinderen komen, doen de meesten een stapje terug. Dat doen ze zelf, maar er wordt ook vanuit gegaan in veel bedrijven. Er is een keer bijna een promotie aan mijn neus voorbij gegaan omdat men er vanuit ging dat ik daar geen interesse in had omdat ik druk was met mijn jonge gezin. Gelukkig heeft mijn directe leidinggevende mij toen wel gepolst. Dat is het belangrijkste, niet invullen en op voorhand uitsluiten, maar gewoon vragen.”

Rob van Wingerden:
“Mijn vrouw vond had na de geboorte van de kinderen veel behoefte om bij ze te zijn. Ze vond het heel moeilijk om de zorg uit handen te geven toen ze weer ging werken. De emotionele band met je kind is kort na de geboorte sterk, dat moet je niet uitvlakken. De fase met jonge kinderen is ook heel intensief. Wij reisden allebei veel voor ons werk. We wisselden elkaar op het thuisfront steeds af. De zorg voor de kinderen was goed geregeld. Maar de praktische kant is één ding, er is ook nog het emotionele aspect. We zijn weer binnen Nederland gaan werken. Je kunt niet alles hebben.”

Ingrid Thijssen:
“Bedrijven zouden meer moeten doen om de combinatie werk en zorg voor jonge ouders mogelijk te maken. Zeker voor jonge vaders, die durven vaak niet minder te werken.”

Rob van Wingerden:
“Het is belangrijk dat bedrijven jonge ouders faciliteren, maar daar zit wel een grens aan. Uiteindelijk is het de verantwoordelijkheid van de mensen zelf hoe ze hun leven willen inrichten. Als je drie dagen gaat werken om meer thuis te zijn bij je kinderen, dan is dat een begrijpelijke keuze, maar dan kun je geen topfunctie bekleden. Dat kan wel in vier dagen.”

Ingrid Thijssen:
“Zo zit ik er ook in, maar bij Alliander schrijven we mensen niet af als ze drie dagen gaan werken. De fase met jonge kinderen gaat weer voorbij, ze kunnen daarna weer verder groeien bij ons. We voeren daar een actief beleid op. Dat zouden meer bedrijven moeten doen.”

Rob van Wingerden:
“Zeker, we kunnen het ons met de vergrijzende arbeidsmarkt in Nederland helemaal niet veroorloven om de helft van de beroepsbevolking aan de kant te zetten. We hebben iedereen keihard nodig.”

Wil je reageren? Doe mee aan het gesprek op community.topvrouwatwork.nl