Excuustruus-verhaal

Over eretitels laat Ingrid de Graaf zich doorgaans nuchter uit. Na de verkiezing tot nummer 1 van de powervrouwen in de verzekeringswereld verzuchtte ze: “Ik heb er niet zoveel mee, maar ik heb ontdekt dat het voor vrouwen in dit bedrijf toch belangrijk is.”
En na haar benoeming tot Topvrouw van het jaar 2017, zei De Graaf tegenover het FD: “Ik heb een enorme hekel aan het excuustruus-verhaal. Ik ben minstens zo goed als een man en dát is waarom ik hier zit. Mijn vrouwelijke sekse is geen prestatie, mijn talent is dat wel.”

Middenstandsgezin

Ingrid de Graaf is in 1969 geboren in het Brabantse Kaatsheuvel, in een ‘zwaar middenstandsgezin’. Ze zei daarover: “Wij hadden het niet zo breed thuis. Dat is voor mij een soort van normaal.” Haar vader was monteur. Haar moeder zorgde voor het gezin, maar nam later een baan bij postbedrijf Otto.
In Utrecht studeerde De Graaf taal- en letterkunde. Later volgde ze nog een opleiding psychologie. Voordat ze de verzekeringswereld in ging, werkte ze onder meer voor een afvalverwerker en een communicatiebureau. Maar haar eerste baantje was bij een banketbakker. Ze werkte er tien jaar, tot haar afstuderen.
„Ik maakte er een sport van de favoriete producten van vaste klanten klaar te zetten, nog voor ze de toonbank hadden bereikt”, vertelde De Graaf aan de NRC. Die vaste klanten vond ze het leukst: „Ik heb ook vrij lang in de McDonald’s gewerkt. Daar doe je vier uur lang je werk en gaat dan weer weg. Je kijkt mensen er niet eens echt in de ogen.”

De tafel van 46

In een middenstandsfamilie is het vanzelfsprekend hard te werken voor je geld. „Ik wilde mijn zorgverzekering betalen, maar ook mooie kleren kunnen kopen.” Pas later realiseerde ze zich hoeveel ze eigenlijk in die banketbakkerij geleerd heeft: „De tafel van 46, want zoveel cent kostte een broodje, maar vooral ook discipline.” Ze begon om zes uur ’s ochtends en stond dan anderhalf uur in de kou van de vriezer gebakjes te sorteren.

Lef en dapperheid

De jury lette bij de topvrouwverkiezing vorige jaar extra op wat de kandidaten realiseerden op het gebied van diversiteit en duurzaamheid in hun bedrijf. Haar presentatie toonde dat De Graaf niet zozeer over zichzelf wilde praten, maar liever over haar betekenis als bestuurslid voor de samenleving. In het rapport schreef de jury daarom: ‘Zij toont daarmee lef en dapperheid.’

Op de branchewebsite AM: zei ze daarover: “Ik denk dat ik grote thema’s op de kaart durf te zetten. Ik zet me heel erg in voor duurzaamheid en het programma ‘van schulden naar kansen’, waarmee we met Delta Lloyd een aantal jaar geleden zijn begonnen en dat nu in de eerste fase zit hier bij Aegon. Binnen dat programma proberen we de financiële zelfredzaamheid bij mensen met schulden te bevorderen. Bij Delta Lloyd stelden de omvangrijke doelen om huishoudens uit de schulden te krijgen en bij Aegon gaan we daarmee door. In onze branche werken mensen met veel financiële kennis. In plaats van mensen verder de schuld in te helpen door ze meer te lenen, wordt ze binnen dit programma advies en ondersteuning aangeboden.”

Daarnaast is het thema diversiteit belangrijk voor De Graaf. “Ik geloof heel erg in diversiteit in de bestuurskamers”, vertelde ze aan AM:. “Ook in de bestuurskamers is de weerspiegeling van de werkelijkheid belangrijk. Het is van belang dat de geluiden van de klanten, de adviseurs en de medewerkers gehoord worden. Ik ga me het komende jaar inzetten op die diversiteit en duurzaamheid. Daarvoor zal ik in contact treden met verschillende partijen en daar bedoel ik mee de adviseurs, de politiek, steden en provincies en de klanten. Het is mijn doel om deze thema’s hoog op de agenda te krijgen in Nederland en Nederland financieel bewuster te maken.”