Topvrouwen in het buitenland #2

Maryem van den Heuvel, ambassadeur in België

‘Ik geloof niet zo in mannelijke en vrouwelijke competenties’

Maryem van den Heuvel, ambassadeur in België

Je bent een Nederlandse met een topbaan in het buitenland. Is dat anders dan wanneer je binnen de landsgrenzen blijft? Hoe kijkt men in dat land aan tegen diversiteit? We vragen het een aantal vrouwen op belangrijke posities.

Maryem van den Heuvel (1962) voelt zich niet gauw een vreemdeling. Ze werd geboren in Tunesië, werkte in Caïro en kent de weg in het Midden Oosten. Ook Brussel kent ze goed door haar jarenlange ervaring in de EU. Sinds 2015 is ze onze vrouw in België. Diversiteit is belangrijk voor haar. En het wordt hoog tijd dat vrouwen op hun merites worden beoordeeld. Vrouwelijke competenties? ‘Daar geloof ik niet zo in’.

Het interview

Is diversiteit op de werkvloer een issue voor u?

Maryem van den Heuvel:
“Ja, het stimuleren van diversiteit is een belangrijk thema voor mij. En niet omdat ik zo principieel ben, het gaat mij juist ook om de pragmatische aspecten. Werken aan diversiteit is kansen bieden aan kwaliteit. Diversiteit werkt gewoon beter, daar is al veel onderzoek naar gedaan. Daaruit blijkt dat divers samengestelde teams niet alleen productiever zijn dan teams met een monocultuur, maar ook creatiever en innovatiever. Ze kunnen sneller inspelen op ontwikkelingen in de samenleving omdat ze daar ook een afspiegeling van zijn.”

Waarom is het denkt u dat het nog steeds zo ingewikkeld is om meer diversiteit te bewerkstelligen, zeker in de top van bedrijven?

Maryem van den Heuvel:
“Er wordt volgens mij vaak door een andere bril naar prestaties van vrouwen gekeken. Dat gebeurt door zowel mannen als vrouwen en is vaak onbewust, maar heeft wel een nadelig effect op genderdiversiteit. Een mannelijke leidinggevende die stevig optreedt, wordt daadkrachtig genoemd. Als een vrouw dat doet, is ze dominant. Het gedrag is niet anders, maar onze perceptie wel.

Neem bijvoorbeeld het advies dat Joanne Rowling kreeg toen ze met het manuscript van Harry Potter bij haar uitgever kwam. Ze moest in plaats van haar voornaam, initialen of nóg beter een mannennaam gebruiken. Dan zou ze serieuzer worden genomen en haar boek beter verkopen. Wij moeten leren kwaliteit, talent en prestatie centraal te stellen en niet (onbewust) te laten bepalen door gender of afkomst.”

Vrouwen hebben de neiging zich kleiner te maken?

Maryem van den Heuvel:
“Ja, dat is volgens mij ook een reden waardoor de diversiteit in de top van bedrijven en organisaties stagneert. Vrouwen steken in het algemeen minder snel hun vinger op als er een uitdagende baan langskomt. Vrouwen hebben eerder de neiging te bedenken wat ze allemaal (nog) niet kunnen en solliciteren daarom wat behoudender. Mannen twijfelen minder aan zichzelf, hebben vaker het gevoel dat ze toe zijn aan een nieuwe uitdaging en bijbehorende promotie. Het ingewikkelde is dat dit systeem zichzelf in stand houdt. Je hebt meer vrouwen in topposities nodig om de vrouwen in het middenkader het gevoel te geven dat zij die positie óók kunnen ambiëren.”

Zijn vrouwelijke rolmodellen belangrijk?

Maryem van den Heuvel:
“Ja, ik geloof zeker dat rolmodellen een positieve invloed hebben op diversiteit. Zij stimuleren jong talent ambities na te streven, ongeacht hun achtergrond of sexe. In een land met een vrouwelijke premier zullen vrouwen eerder de ambitie hebben om zelf ook voor het hoogst haalbare te gaan. En kijk naar het Barack Obama effect op de zwarte gemeenschap, ook buiten de VS. Maar de uitdaging is nu juist dat we meer rolmodellen nodig hebben. Om een doorbraak te creëren, heb je leiders nodig met een visie op diversiteit. Diversiteit bereik je niet vanzelf, daar moet iedereen zich blijvend voor inzetten. Als je even niet oplet, rolt het balletje weer terug.”

Hoe is dat op het ministerie van Buitenlandse Zaken?

Maryem van den Heuvel:
“Bij Buitenlandse Zaken zijn de afgelopen jaren stevige stappen gezet. Dat zie je ook terug in de cijfers. In 2007 was zeventien procent van de ambassadeurs vrouw, nu is dat een kleine dertig procent. Er is geen enkele reden waarom dat niet naar de vijftig procent kan gaan, we werven immers al jaren evenveel goede vrouwen als goede mannen voor ‘het klasje’.”

De diplomatieke dienst was van oudsher een behoorlijk conservatieve organisatie. Er waren vrijwel geen vrouwelijke ambassadeurs. De verandering is in een stroomversnelling gekomen toen Renée Jones Bos SG werd bij Buitenlandse Zaken en opgevolgd werd door de huidige SG Joke Brandt. Er wordt veel aandacht besteed aan modernisering en professionalisering van de diplomatie. En diversiteit is een belangrijk onderdeel van de moderniseringsagenda. Lange tijd werd gezegd dat vrouwen niet flexibel inzetbaar zouden zijn, dat is helemaal niet waar. Veel van onze vrouwelijk collega’s werken in moeilijke landen, waar ze het geweldig doen. De tijd dat er werd gedacht dat vrouwen geen goede ambassadeurs zouden kunnen zijn, ligt gelukkig ver achter ons.”

En de partners van vrouwelijke ambassadeurs?

Maryem van den Heuvel:
“Het stereotype beeld van vrouw die haar man volgt als hij een buitenlandse post krijgt, is allang bijgesteld. Er zijn zoveel variaties op dat thema. Maar dat betekent niet dat het allemaal vanzelf gaat. Er is bij Buitenlandse Zaken veel aandacht voor de ‘partnerproblematiek’. Partners (M/V) hebben steeds vaker een eigen loopbaan en willen die het liefst voortzetten. Soms kan dat gemakkelijk op afstand, soms moet er heen en weer worden gereisd. Het komt voor dat de partner ook bij Buitenlandse Zaken werkt en in een buurland aan de slag kan. Er wordt door het ministerie fantastisch maatwerk geleverd.

Er zijn ook partners die hun eigen carrière even on hold zetten en mee gaan. Het maakt niet uit welke oplossing je kiest, als je er maar allebei voor de volle honderd procent achter kunt staan. Je moet het echt sámen doen. Mijn man kan vanuit Brussel gemakkelijk naar Nederland of andere landen reizen voor zijn werk, maar hij is ook heel betrokken bij mijn werk. Je hebt als ambassadeur een belangrijke representatieve functie en het is fijn als je dat samen met je partner kunt doen.”

Bent u opgevoed met het idee dat u carrière moest maken?

Maryem van den Heuvel:
“Nee, niet in de zin dat onze ouders – ik heb een broer en eens zus – ons hebben gepusht om aan de top te komen. Juist niet, ze hebben ons altijd voorgehouden dat we ons potentieel moesten benutten. Eruit halen wat erin zit. Je best doen is belangrijker dan de eerste van de klas worden. Zij hebben nooit onderscheid gemaakt tussen jongens en meisjes.

Mijn ouders hebben allebei gewerkt. Dat is het voorbeeld dat ik mee heb gekregen. Mijn moeder is Tunesisch, ik ben daar ook geboren. Haar zussen en schoonzussen hebben ook altijd een loopbaan met een gezin gecombineerd. Dat vrouwen en mannen in Tunesië al sinds 1953 gelijke rechten hebben is een groot goed. De versterking van de positie van de Tunesische vrouw is destijds actief bevorderd.

Zijn er vrouwelijke competenties die van pas komen in de diplomatie?

Maryem van den Heuvel:
“Ik maak zelf nooit het onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke competenties. Ik geloof daar niet zo in. Natuurlijk zijn er wel bepaalde vaardigheden nodig om een goede diplomaat te zijn. Maar die hebben niets met gender te maken. Ik vind dat het verschil tussen mannen en vrouwen sowieso niet zwart wit is. Waar het om gaat is dat diversiteit een goede voedingsbodem is voor kwaliteit. Ik ben er dan ook van overtuigd dat de meeste mannen in een divers team gewoon beter presteren dan in een niet divers team.”

Wat is uw belangrijkste opdracht als ambassadeur in België?

Maryem van den Heuvel:
“Ik vind het als ambassadeur belangrijk om door te dringen in de haarvaten van de samenleving. Ik wil trends goed analyseren, de juiste mensen kennen en kansen voor samenwerking aangrijpen. Soms om een bestaand probleem op te lossen, maar vaak ook om iets nieuws op te zetten.

Door de aanslagen zijn terrorismebestrijding en preventie van radicalisering topprioriteit in België. Het dreigingsniveau is nog steeds het op één na hoogste. Ik hoop natuurlijk dat het van voorbijgaande aard is, maar ik vrees dat dit het nieuwe normaal is. Nederland en België werken zeer nauw samen in de bestrijding van terrorisme. Ook op economisch terrein zijn de relaties intensief. België is na Duitsland onze de tweede belangrijkste handelspartner. Je zou zeggen dat er weinig obstakels zijn tussen twee buurlanden, maar wat vanzelfsprekend is, hoeft nog niet vanzelf te gaan. We moeten hard werken om het midden- en kleinbedrijf over het voetlicht te krijgen. België zit op cruciale punten toch heel anders in elkaar dan Nederland. Maar hoe verschillend de landen ook zijn, er is altijd wel een manier om het gezamenlijk belang te vinden. Dat zien we ook in de EU, waar samenwerking tussen Nederland en België steeds belangrijker wordt om invloed te kunnen blijven uitoefenen in een veranderend Europa.”

Hoe is het in België gesteld met diversiteit in het topbestuur?

Maryem van den Heuvel:
“Bij federale overheidsdiensten ligt het percentage vrouwen in het topbestuur op elf procent. Bij andere overheidsinstanties op twintig procent. Een lager percentage dan in Nederland dus.
Tegelijkertijd is dit voorjaar Zuhal Demir, een jonge vrouw van Turks-Koerdische origine, benoemd als staatssecretaris van armoedebestrijding en gelijke kansen. Dat is een benoeming die niet onopgemerkt is gebleven. Die schijnbare tegenstrijdigheid is in mijn ogen typisch voor België. De Belgische paradox. Hier zijn een heleboel dingen tegelijkertijd waar. Dat is soms het verwarrende maar ook het mooie van dit land.”

Andere Topvrouwen in het buitenland:

  1. Renee Jones-Bos, ambassadeur in Moskou
  2. Maryem van den Heuvel, ambassadeur in België
  3. Karien van Gennip, CEO ING Frankrijk

Wil je reageren? Doe mee aan het gesprek op community.topvrouwatwork.nl