Historische Topvrouwen #6: Marga Klompé

‘Wat bezielt dat mens?’

Eerste vrouwelijke minister zit vol tegenstrijdigheden

Marga Klompé was de eerste vrouwelijke minister in Nederland

Wat dreef Nederlands eerste vrouwelijk minister, Marga Klompé? Was ze een wereldverbeteraar, een vernieuwer, een kritisch en tegendraads denker, dat alles tezamen of geen van dat alles? Marga Klompé (1912- 1986) is niet gemakkelijk te typeren, door haar veelzijdigheid enerzijds en haar geslotenheid anderzijds. Na het zien van een documentair portret over haarzelf, roept zij uit: “Wat bezielt dat mens!”. Alhoewel ongetwijfeld bedoelt als grap, lijkt ze zelf te beseffen hoe moeilijk ze te vangen is voor anderen.

Marga Klompé lijkt vol tegenstrijdigheden te zitten. Ze is roldoorbrekend, alleen al door Nederlands eerste vrouwelijke minister te worden, maar wenst niet als feministe gezien te worden. Ze zegt daarover zelfs: “Ik ben mezelf en ik blijf mezelf. Ik zit niet op die stoel te zeggen: denk erom dat je vrouw bent!”. Deze uitspraak doet ze ondanks dat ze eerder, in 1946, met een vriendin het Katholiek Vrouwen Dispuut opricht, om vrouwen te mobiliseren voor de politiek en het openbare leven.

Klompé is bijzonder gedreven. Ze promoveert tenslotte in de scheikunde, wordt afgevaardigde namens Nederland bij de Verenigde Naties, kamerlid en zelfs minister. Een indrukwekkende carrière en het hebben van macht an sich streeft ze niet na. Desondanks verwerft ze beide. Over haar vertrek uit de politiek in 1971, om zich in te zetten voor de Rooms-Katholieke Kerk, zegt ze later ‘dat het de eerste keer was dat ze deed wat ze zelf wilde’. Maar tijdens deze jaren werkt ze, als een politicus pur sang, aan het doorvoeren van bestuurlijke en ideële hervormingen binnen de kerk, zowel in Nederland als internationaal.

Van de wetenschap naar het verzet

Haar ervaringen in de oorlog zijn de trigger om zich maatschappelijk te gaan inzetten. Marga Klompé wordt geboren in Arnhem als tweede uit een gezin van vijf kinderen. Het gaat het gezin goed, totdat vader Jan opgenomen wordt vanwege een geestelijke ziekte. Vanaf dat moment leven moeder en kinderen van liefdadigheid. Ondanks de moeilijke financiële situatie mag Marga gaan studeren. Het wordt scheikunde in Utrecht, een bijzondere keuze voor een meisje. Ze promoveert in 1937.

De Tweede Wereldoorlog is inmiddels in volle gang als ze werkt aan een aanvullend doctoraal en daarnaast medicijnen studeert. Maar Klompé geeft toe aan haar idealisme en rechtvaardigheidsgevoel en wijdt zich aan het verzet. Ze helpt met de verpleging van gewonden bij de Grebbeberg, is koerierster en helpt bewoners te evacueren tijdens de Slag om Arnhem.

In deze periode wordt het Marga Klompé duidelijk dat vrouwen tot net zoveel in staat zijn als mannen en begint zij andere vrouwen te mobiliseren om politiek en publiekelijk actief te worden. Samen met een vriendin richt zij daarom het Katholieke Vrouwen Dispuut op. Later zegt ze over deze periode van bewustwording: “Voor de oorlog bezat ik geen uitgesproken politieke interesse. Zoals de meeste katholieken in die dagen stemde ik RKSP. De oorlog leerde me echter hoe betrekkelijk al die religieuze, sociaal-maatschappelijke en politieke waterscheidingen kunnen zijn.” De oorlog is Klompé’s ‘call to action’.

One of the boys op het Binnenhof

Als politica wordt Marga Klompé door haar collega’s zowel bejubeld als – soms openlijk – bekritiseerd, om haar doorwrochte werkwijze, kritische denken en scherpe tong. Maar bovenal wordt ze door haar mannelijke collega’s gezien als ‘one of the boys’. Via haar werkzaamheden voor het vrouwendispuut wordt Klompé afgevaardigde bij de Verenigde Naties. Daar zijn het de heren Sassen en Beaufort die haar met klem verzoeken zich te kandideren voor de Tweede Kamer. Beiden zijn op dat moment lid van de Tweede Kamer namens de KVP (Katholieke Volkspartij, later opgegaan in het CDA).

In 1948 wordt ze, bijna tegen wil en dank want ze wil eigenlijk niet, lid van de Tweede Kamer. In de fractie wordt ze al snel vertrouwelinge van Carl Romme, partijleider van de KVP. Hij waardeert haar eerlijkheid en scherpe analyses. Als minister irriteert ze haar collega’s soms door zich op alle dossiers in te lezen en zich ongevraagd met de portefeuilles van anderen te bemoeien. Beroemd is haar nachtelijke telefoontje naar minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns, naar aanleiding van een conflict ver weg, met de vraag wat de regering eraan doet. Luns antwoord daarop nors dat ‘de regering slaapt’ en gooit de hoorn erop.

“Een probleemgezin met kinderen met drupneusjes en een lieve juffrouw, zo’n maatschappelijk werkster. Wat lag er meer voor de hand dan dat een vrouw dat departement zou beheren?”

MARGA-KLOMPE-800
Hoofdfoto: Marga Klompé naast professor Carl Romme op de KVP-landdag in Den Bosch (1959).

Ze boekt als minister grote successen, ondanks de magere post van Maatschappelijk Werk die ze toebedeeld krijgt. Het ministerie bestaat pas vier jaar en is aanvankelijk weinig omvattend, maar stap voor stap weet ze er meer invulling en prestige voor te genereren. In 1963 worden zowel de Algemene Bijstandswet als de Wet op de Bejaardenoorden, beiden grote sociale innovaties, aangenomen.

Net zo capabel als mannen

Voor Marga Klompé is het leveren van een bijdrage aan de samenleving door vrouwen iets vanzelfsprekends. Misschien is dat de reden dat Klompé zich nooit in het bijzonder voor emancipatoire vraagstukken inzet, op het oprichten van het vrouwendispuut vlak na de oorlog na. Wel stemt ze in 1955 als één van de vijf leden van haar fractie voor het opheffen van een arbeidsverbod voor gehuwde vrouwelijke ambtenaren en wordt haar bijstandswet als grote stap in de richting van zelfstandigheid voor vrouwen gezien. Vanaf nu hebben vrouwen immers de vrijheid om uit een slecht huwelijk te stappen, doordat er een financieel vangnet is gecreëerd.

Als feminisme een doel op zich was geweest voor Klompé, zou ze in 1967 het aanbod om minister-president te worden nooit hebben afgeslagen.“Nederland is nog niet klaar voor een vrouwelijke minister-president,” is haar reactie daarop. In plaats daarvan trekt ze zich vier jaar later, na een laatste periode als minister, terug uit de politiek om zich volledig op de Katholieke kerk te gaan richten.

Over haar privéleven is Marga Klompé niet bijzonder open. Bekend is dat ze nooit trouwt en geen kinderen krijgt. In de periode dat ze zich inzet voor de kerk, richt ze zich op allerhande bestuurlijke processen, maar niet op de positie van vrouwen binnen de kerk of in de samenleving.

Toch een wereldverbeteraar?

Hoe zou het toekomstbeeld van de Utrechtse studente Marga Klompé eruit gezien hebben? En hoe kwam het dat ze als lerares scheikunde op een meisjeslyceum in korte tijd op wist te klimmen tot afgevaardigde bij de Verenigde Naties en, slechts tien jaar later, tot eerste vrouwelijke minister? Waarom was haar politieke loopbaan geen bewuste eigen keuze, terwijl ze duidelijk als een vis in het water was als onderdeel van de bestuurlijke top van het land?

Marga Klompé zei over haar politieke bewustwording vlak na de oorlog: “Ik bespeurde bij mezelf een verlangen naar grotere onderlinge samenwerking, naar openheid voor elkaars meningen.” En over het aanvaarden van een plek in de Tweede Kamer, een positie die ze aanvankelijk niet wilde, zei ze: “Ik vond dat ik het moest doen vanuit een pogen om christen te zijn in de wereld van vandaag. Je moet midden in die wereld staan en op die plaats alles doen om je steentje bij te dragen om die wereld te verbeteren.”

Waarschijnlijk was Marga Klompé dan toch, boven alles, een wereldverbeteraar.

Wil je reageren? Doe mee aan het gesprek op community.topvrouwatwork.nl