Historische Topvrouwen #9: Frieda Belinfante

De eerste vrouwelijke dirigent, én oorlogsheld

‘Ik ben vijftig jaar te vroeg geboren’

Frieda Belinfante

Een kleine vrouw, geboren in 1904. Lief, krachtig, niet conformistisch. Gedreven door liefde en muziek. En ze probeerde mooi mannelijk te zijn. Álle keuzes die zij in het leven maakte waren goed, aldus Toni Boumans, schrijfster van Frieda’s biografie. Frieda Belinfante was dochter van een energieke en ambitieuze vader. Ze was Nederlands eerste dirigente met een eigen orkest én oorlogsheld.

Haar handen waren eigenlijk te klein voor de cello. Ze zou er altijd mee worstelen. En toch was het haar dierbaarste instrument. “Ik hield meteen van de cello. De toon leek op een warme, menselijke stem”. Vanaf het moment dat Frieda Belinfante hem van haar vader kreeg, studeerde ze uren en kreeg ze les.

Ze had veel talent en was bijzonder gedisciplineerd. Haar vader gaf haar op een dag een klap in haar gezicht, omdat ze vals speelde. Ze huilde en was beledigd. Maar de volgende dag ging ze ermee aan de slag. Ze besefte dat ze haar oren beter moest gebruiken, en dat haar vader haar een goede les had geleerd. Zo pakte dat dus uit bij Frieda. Soms hardvochtig en snel geërgerd, was haar vader toch niet bekrompen. Hij en haar moeder vonden dat hun dochters een vak moesten leren en een goede opleiding behoorden te krijgen. Een bijzondere opvatting voor die tijd.
Trouwen was voor hen ook geen vanzelfsprekendheid en dat gedachtegoed gaven ze Frieda mee. Dat maakte haar later wellicht minder benauwd haar eigen weg te vinden in haar seksuele geaardheid. In haar leven heeft ze zielsveel gehouden van meerdere vrouwen, onder wie Henriette Bosmans met wie ze zeven jaar samenwoonde.

Schoonheid en verdriet

Frieda hield van muziek, studeerde graag en genoot van het samenspelen met anderen. Ze kon de cello laten zingen en klagen. Het instrument vertegenwoordigde haar innerlijke stem. Musiceren was haar manier om de schoonheid en het verdriet van de wereld uit te drukken.

Voor het eerst trad ze op in 1920 met haar vader voor het publiek. Ze werd in deze periode onder andere eerste cellist bij de Haarlemsche Orkest Vereeniging, omdat ze – toen ze nog tweede cellist was – in de lach schoot toen de eerste cellist zijn uit de maat spelen verklaarde met de aard van het instrument.
Vijftien jaar later werd zij de eerste vrouwelijke dirigent van Nederland. Uitzonderlijk, want orkesten waren in die tijd mannenbolwerken. Enkelen lieten überhaupt geen vrouw toe.
Ze leidde een jeugdorkest, later dirigeerde ze het vrouwenkoor en het Sweelinck-orkest van de Gemeentelijke Universiteit in Amsterdam. In 1938 trad ze met haar eigen het Kleine Orkest op in het Amsterdamse Concertgebouw. In datzelfde jaar nam ze deel aan een door Hermann Scherchen georganiseerd dirigentenconcours. Frieda was de enige vrouwelijke deelnemer en won de eerste prijs.

“Ik blijf vechten”

Frieda was een vechter. Als vanzelfsprekend zei ze, nadat ze hoorde dat haar broer en diens vrouw zelfmoord pleegden bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog. “Ja, Bob heeft dat nou gedaan, maar ik blijf vechten. Als de Duitsers mij te pakken krijgen en ze me in mootjes willen hakken, dan moeten ze dat maar doen, maar ik blijf vechten.”

Kunstenaars mochten alleen nog hun vak beoefenen als ze lid werden van de sociaal nationalistische cultuurkamer. Joden waren uitgesloten. Frieda zag dit als het eerste teken van de Jodenvervolging. In 1940 stopte daarom het dirigeren voor haar. Ze piekerde er niet over haar orkest, waarin veel joden zaten, voort te zetten. Ze zei tegen het orkest: “Jongens, er is geen orkest. We hebben nooit bestaan.” Ze wist namelijk dat het geleidelijk zou gaan en dat je stap voor stap overgehaald zou worden te collaboreren. En zo is het ook gegaan.

Zonder J

Frieda gaf zichzelf opdrachten die ze moest uitvoeren en ze was nooit bang. Ze hield haar hele leven van spanning. En ze had een sterke drang om iets te betekenen. Eén van die opdrachten was het vervalsen van Joodse persoonsbewijzen. De Duitsers voerden nieuwe persoonsbewijzen in voor alle Amsterdammers vanaf 14 jaar. Joden kregen een exemplaar met op twee plaatsen een grote J gestempeld. Vanaf dat moment waren ze gebrandmerkt.
“Ik wist wat ik moest doen. Joodse mensen aan nieuwe persoonsbewijzen helpen, zonder J.” Haar vele niet-joodse vrienden en leerlingen vroeg ze hun persoonsbewijs aan haar af te staan en het op te geven als vermist of gestolen. Vervolgens ging zij met vaste hand aan de slag met het tijdrovende en precieze taakje van vervalsing. Later ondersteunde ze onderduikers, en bereidde samen met anderen de aanslag op het Amsterdams Bevolkingsregister voor op 27 maart 1943. Ze dook onder nadat de andere leden van het verzet werden gepakt en vluchtte naar Zwitserland. In het vluchtelingenkamp waar ze verbleef begon ze een koor.

Muziekpedagoge

Kort na de oorlog keerde ze terug naar Nederland. Omdat ze een vrouw was, lukte het haar niet meer om aan de slag te gaan als dirigent. Daarom verhuisde ze in 1947 naar Californië. Frieda was daar onder andere werkzaam in een studio-orkest dat filmmuziek inspeelde. Ze gaf les aan de universiteit en vanaf 1954 gaf ze leiding aan het Orange County Philharmonic Orchestra. Daarmee was ze de eerste vrouwelijke vaste dirigent ter wereld van een professioneel orkest.

Het orkest werd in 1962 opgeheven en Belinfantes contract werd niet verlengd. Het bestuur gaf voor de concerten in Orange County de voorkeur aan het Los Angeles Philharmonic Orchestra onder Zubin Mehta. Ze dirigeerde daarna nog zeer sporadisch, maar bleef tot op hoge leeftijd actief als muziekpedagoge in Laguna Beach. In 1991 verhuisde ze naar Santa Fe in de staat New Mexico. In 1995 overleed Belinfante op 90-jarige leeftijd aan kanker. Vlak voor haar dood heeft ze gezeg: ik ben vijftig jaar te vroeg geboren.

Wil je reageren? Doe mee aan het gesprek op community.topvrouwatwork.nl