Historische Topvrouwen #8: Alexandrine Tinne

Een adelijke avonturierster

Een rijk en extravagant leven met gevaarlijke tochten

ALEXANDRINE-TINNE2

Gekleed in bizarre, zelfontworpen jurken, met opvallende hoeden, wild paardrijdend door de straten van het kleinsteedse Den Haag van de 19de eeuw. Alexandrine Tinne (1835-1869) is te vooruitstrevend en te autonoom om zich iets aan te trekken van wat anderen van haar vinden. En te reislustig.

Alexandrine Tinne groeit op in een zeer vooraanstaand milieu. Zij krijgt les van privé-onderwijzeressen, en Alexine, zoals intimi haar noemen, is goed in talen, schilderen en piano spelen. Zij is zeer geïnteresseerd in land- en volkenkunde en volgens haar oom Hora Siccama leeft zij ‘omringd door oude folianten met reisbeschrijvingen’.

Haar moeder Henriëtte, een dame van adel en al net zo reislustig als haar dochter, is een dochter van viceadmiraal en zeeheld Theodoor van Capellen, die door Willem I in de adelstand is verheven. Zij is hofdame geweest. Haar vader is 58 jaar oud als hij met Henriëtte trouwt. Uit een eerder huwelijk heeft hij al twee volwassen zoons. Na een carrière als hoge ambtenaar maakt hij met handel in koffie en suiker fortuin in West-Indië. Als hij in 1844 sterft, Alexine is dan acht jaar, laat hij zijn weduwe en dochter een zo groot kapitaal na, dat zij zich kunnen rekenen tot de rijksten van Nederland.

Ruzie met verloofde

Als Alexine net volwassen is, gaat ze met haar moeder op reis. Hun eerste reis gaat naar Scandinavië. Per koets, trein en stoomschip gaan zij naar Noorwegen.
Zoals gebruikelijk is, nemen dames van adel een heel gevolg mee. Onder andere bedienden, sjouwers en kamermeisjes moeten ervoor zorgen dat de twee vrouwen comfortabel en veilig hun reis kunnen maken. Alexandrine leert op haar reis door Noorwegen Adolf Frans Josef Graaf von Köningsmark kennen. Zij verlooft zich met hem, maar een jaar later krijgen ze ruzie en verlaat ze hem. Hij zal haar nog volgen tot aan Turkije, maar tevergeefs.

Rond de kerst zijn ze weer terug in Den Haag. Maar niet voor lang. Want het reizen heeft hen te pakken. De volgende reis wordt buiten Europa. Extravaganter, spannender, gevaarlijker. In 1855 zetten zij voet aan wal in de Egyptische havenstad Alexandrië en reizen ze per trein naar Caïro. Zij bezoeken niet alleen toeristische attracties, maar maken ook een karavaantocht naar de Rode Zee en varen per schip de Nijl op tot aan Assoean (Aswan). Met een grote omweg komen zij in 1857 terug in Den Haag. Moeder en dochter Tinne blijven nu vier jaar in Europa. Alexine houdt zich zich bezig met fotograferen: zij wordt beschouwd als een van de belangrijkste fotopioniers van Nederland.

‘Vreselijke plek’

Na vier jaar besluiten ze toch weer te gaan reizen. In 1861 komen moeder en dochter Tinne opnieuw aan in Alexandrië, ditmaal in gezelschap van ‘tante Addy’, Henriëtte’s ongetrouwde zuster, Adriana van Capellen. Ruim een half jaar later bereiken ze Khartoem. Per stoomboot vertrekt de expeditie van de Tinnes naar het Ugandese Gondokoro. Daar strandt de tocht. Vanaf Gondokoro is de rivier niet meer bevaarbaar en Alexine wordt ziek. Aan het eind van 1862 is de expeditie terug in Khartoem.
Maar de wens om door te dringen in onbekend gebied blijft. In het voorjaar van 1863 vertrekt een nieuwe expeditie. Alleen tante Addy blijft achter in Khartoem. Daar schrijft ze in een brief naar huis: “Het is erg jammer dat Alexine niet een wat redelijker smaak heeft en dat ze haar geld wegsmijt op een dergelijke belachelijke en nutteloze wijze. Terwijl er zo veel mooie landen zijn, brengt ze ons naar deze vreselijke plek.”

Loodzwaar ledikant

Het doel is om naar Mesjra er Req aan de Gazellenrivier te varen en daar te voet de bergen in te trekken. Bij de expeditie hebben zich twee Duitse ontdekkingsreizigers aangesloten: ornitholoog Theodor von Heuglin en Hermann Steudner. De voortgang van de expeditie, die uit tweehonderd personen bestaat, gaat traag. Niet in de laatste plaats omdat de dames Tinne, zoals we nu zouden zeggen, enigszins verwend gedrag vertonen. Er moeten veel spullen mee, waaronder een porseleinen servies, een zilveren bestek, schilderijen en tapijten.
Ook het loodzware ijzeren ledikant van Alexine wordt overal mee naartoe gesleept. Bovendien willen zij en haar moeder soms enkele dagen op één plek blijven om uitstapjes te maken en komen de dagen altijd langzaam op gang omdat zij veel tijd nemen voor hun toilet en het ontbijt. Alexine schrijft in een van haar dagboeken: ‘‘We worden elk gedragen door vier negers. We hebben er elk twaalf, zodat ze om beurten kunnen uitrusten.” De expeditie strandt bij de beruchte slavenhandelaar Buselli, die steeds hogere prijzen voor voedsel vraagt.

Vier lijkkisten

Op 22 juli 1863 sterft Henriëtte Tinne na een ziekbed van enkele dagen. Alexine besluit terug te gaan naar Khartoem. Zij voert het stoffelijk overschot van haar moeder mee in een kist waarvan de naden met hars zijn dichtgemaakt. Halverwege de tocht, de voorraden zijn op, wordt Alexine gered door de expeditie die door de ongeruste tante Addy op onderzoek was uitgestuurd. In maart 1864 komt het gezelschap aan in Khartoem. Enkele weken later sterft ook tante Addy. Twee van haar kameniersters zijn inmiddels ook overleden. Alexine reist met vier lijkkisten terug naar Caïro. Haar halfbroer John komt haar ervan overtuigen naar Nederland terug te keren, maar zij weigert. Wel neemt hij de vier lijkkisten mee terug, om de lichamen in Nederland te begraven.
Ondanks de mislukking is de expeditie naar de Gazellenrivier wel van wetenschappelijk belang. Uit het materiaal dat Alexine had verzameld en getekend – waaronder enkele onbekende planten – wordt later de Plantae Tinneanae samengesteld. En Von Heuglin publiceert naar aanleiding van deze expeditie Die Tinnesche Expedition im westlichen Nil-Quellgebiet met belangrijke geografische, biologische en antropologische gegevens.

Alexine besluit zelf in Afrika te blijven. Maar ze heeft tijd nodig zich te hervatten. Na een zware depressie, maakt ze reizen over de Middellandse Zee. Ze koopt een eigen boot, De Meeuw. Af en toe huurt ze enkele maanden lang een huis. Behalve haar vaste medewerkers verblijven daar ook veel klaplopers die profiteren van haar rijkdom en goedgevigheid.

Webp.net-resizeimage-2-min

Toearegvorst

Gefascineerd door verhalen over de Toearegs, een nomadenvolk uit de Sahara, vertrekt Alexine in 1867 met een expeditie naar het Atlasgebergte. Geteisterd door barre weersomstandigheden, voedseltekort en de dreiging van overvallen besluit zij echter om terug te gaan. In juli 1868 eindigt de expeditie in Philippeville, een kustplaatsje in het noorden van Algerije. Daar wordt de karavaan ontbonden. Omdat de matrozen Arie Jacobse en Kees Oostmans een dagboek bijhielden, is bekend wat er tijdens de laatste expeditie is gebeurd.
In Tripoli besluit Alexine een expeditie naar Bornu te ondernemen, en in maart 1869 arriveert haar karavaan in Marzuk. Zij slaagt erin contact te krijgen met de Toearegs en kreeg een uitnodiging van Ichnoechem, een machtige Toearegvorst. Alexine is onder de indruk: nooit zag zij ‘een grandiozer aanblik, die variatie van kleuren, dat krijgshaftige voorkomen […] Als zij zo, in volle glorie, naar Europa zouden komen’, schrijft zij, ‘dan ben ik er zeker van, dat het hart van menig jong meisje sneller zou slaan voor de knappe Toeareg’ (Kikkert, 272). Zij en de Toearegvorst spreken af elkaar in Ghat opnieuw te ontmoeten. In juli 1869 strijkt de karavaan neer bij Wadi Sjergui. Daar wordt het kamp op 2 augustus overvallen door Arabieren en Toearegs. Het kamp wordt geplunderd, en Alexine Tinne, 34 jaar oud, wordt met twee zwaardhouwen en een geweerschot vermoord. Haar graf is nooit gevonden.
Alexine heeft een jaar ervoor in een brief aan haar halfbroer zelf haar dood min of meer aangekondigd: ‘Ik heb nooit het geluk van ouder worden begrepen. Ik heb het altijd maar triest gevonden – zelfs onder de gelukkigste omstandigheden – en ik vind de gedachte om gelukkig en moedig dood te gaan, door een mes of een geweerschot, niet vreselijk.’

David Livingstone

In de internationale Tinne-literatuur wordt Alexandrine beroemd ontdekkingsreizigster, strijdster voor de emancipatie van de vrouw, verkondiger van het christelijk geloof, Florence Nightingale onder de choleralijders, bestrijdster van de slavenhandel, en wetenschappelijk onderzoekster van grote bekwaamheid. De befaamde ontdekkingsreiziger David Livingstone schreef over haar: “Niemand wordt door mij hoger aangeslagen dan de Nederlandse dame, mejuffrouw Tinne, die na de zwaarste huiselijke rampspoeden, op grootse wijze volhardde, dwars tegen alle moeilijkheden in.”

Over haar motieven om te reizen is Alexine nooit duidelijk geweest. Ze had geen echte wetenschappelijke belangstelling en ook niet de ambitie om te laten zien dat zij als eerste vrouw in staat was zo’n grote expeditie te leiden. Ze reisde omdat het kon. En omdat ze zich geen luxe wilde ontzeggen, moest dat steeds met een enorm gevolg.

Toch is Alexandrine Tinne belangrijk geweest in de vrouwenemancipatie. Zij deed wat alleen mannen deden, zij conformeerde zich niet aan de bestaande verwachtingen, maar koos haar eigen pad. En deed wat ze wilde doen.

Wil je reageren? Doe mee aan het gesprek op community.topvrouwatwork.nl