Interview met Cleo van Engelen, zomerdirecteur VKA

Durven falen

‘Vragen stellen is een teken van kracht’

Cleo van Engelen

Het goedkeuren van een offerte, het voeren van sollicitatiegesprekken of het aansturen van medewerkers. Zomaar een opsomming van een aantal ‘normale’ directietaken. Een ver-van-mijn-bed-show voor de meeste young professionals. Of toch niet? Adviesbureau Verdonck, Klooster & Associates (VKA) gaf deze zomer voor de vierde keer het roer uit handen aan een young professional. Deze zogeheten zomerdirecteur geeft een paar weken leiding aan de meer dan honderd professionals van het bureau. Maar hoe is het om als jonge consultant de baas te zijn? Wij vroegen het Cleo van Engelen, consultant bij VKA én de zomerdirecteur van 2017.

Al voor de vierde keer in tien jaar tijd krijgt VKA een zomerdirecteur. Hoe komt dit zo?

Cleo van Engelen:
“In eerste instantie was het een foutje van de directeuren, zij hadden namelijk hun vakanties niet goed afgestemd. Halsoverkop moesten ze toen op zoek naar iemand die alles in de gaten kon houden en beslissingen kon maken indien nodig. De eerste zomerdirecteur werd zo een feit. En dit principe beviel goed. Volgens mij stemmen de directeuren hun vakanties dan nu ook expres slecht af, zodat er weer een zomerdirecteur aangesteld kan worden”.

Heb je als zomerdirecteur echt alle touwtjes in handen?

Cleo van Engelen:
“Ja, de totale verantwoordelijkheid van het bureau ligt bij de zomerdirecteur. Ik kreeg een complete mandatering en was dus gemachtigd om naar eigen inzicht en VKA-beleid beslissingen te nemen. De enige restrictie was dat ik geen mensen mocht ontslaan. Maar voor de rest kon alles en waren er geen beperkingen wat betreft ik wel/niet mocht doen”.

Op de eerste dag van je directeurschap werd je gelijk met de neus op de feiten gedrukt. In je vlog vertel je dat je bureau gelijk vol lag met offertes. Hoe hectisch waren de weken als directeur?

Cleo van Engelen:
“Heel hectisch, vooral in het begin. De zomerperiode was wel begonnen, maar bij ons op kantoor was het nog ontzettend druk. De hele dag lang komen er mensen aan je bureau om je mening over iets te vragen of je juist te helpen. Ik kreeg veel energie van mijn nieuwe rol maar moest tegelijkertijd mijn rust echt gaan inplannen. Mijn ‘gewone’ adviestaken liepen namelijk ook gewoon door. Ik werd in die periode dan ook heel erg geleefd. En dat is heel anders dan in mijn normale advieswerk, dan heb ik veel meer controle over mijn eigen agenda”.

Hoe zijn de weken als directeur ondanks alle hectiek bevallen?

Cleo van Engelen:
“Heel goed. Ik vind het ook oprecht jammer dat het voorbij is. Al vond ik het op m’n eerste dag ook wel heel spannend. Ik had namelijk geen idee wat mij te wachten stond en had nog nooit een managementstaak of iets dergelijks uitgevoerd. Zou ik bijvoorbeeld wel serieus worden genomen? Ik wist wel van de directeuren (Joost Beukers en Marc Gill’ard) dat zij het heel serieus namen, maar je hebt geen idee hoe dat zijn uitwerking heeft tijdens je directeursperiode. Uiteindelijk ben ik er gewoon volle bak ingegaan en heb ik geprobeerd om zo min mogelijk aan die spanning te denken”.

Het thema tijdens je periode als directeur was ‘durf te falen’ met lef als centraal element. Hoe ben je bij dit thema gekomen?

Cleo van Engelen:
“Mensen zijn van nature beter in het delen van succes en waardering, maar het maken van fouten wordt nog weleens gezien als een taboe. Toen ik gevraagd werd als zomerdirecteur, ging ik ook gelijk allemaal scenario’s bedenken van alles wat er fout kon gaan en waar ik rekening mee moest houden. Ik geloof dat perfectie per definitie onbereikbaar is en dat je dit ook niet na moet willen streven. Het beste kan namelijk ook zijn dat je het één stapje beter doet dan gisteren. En dat doe je meestal door te leren van gemaakte fouten. Tijdens mijn directeursperiode werd ‘durf te falen’ ook veel meer ‘durf te vragen’. Ik kwam er in al mijn gesprekken namelijk achter dat mensen veel respect hebben voor collega’s die actief aangeven van hun fouten te willen leren. Dit is eerder een teken van kracht dan van zwakte. Falen en zwakte gaan niet hand in hand”.

Heeft het tonen van lef je geholpen als zomerdirecteur?

Cleo van Engelen:
“Ja, absoluut. Natuurlijk wordt je wel geholpen door het feit dat je deze titel hebt, maar ik moest af en toe ook echt wel de stoute schoenen aantrekken. In het begin was ik nog veel aan het klankborden, en zocht ik misschien ook wel toestemming voor het maken van beslissingen. Maar als ik 3 managers om advies vroeg, kreeg ik ook 3 verschillende adviezen. Ik moest dan vervolgens toch bij mezelf te rade gaan wat ik belangrijk vond en mijn eigen beslissing maken. Mensen leunden namelijk op mij om de knoop door te hakken. Het vinden van die balans, daar had ik wel ballen voor nodig”.

Raad je iedere organisatie aan om een young professional de boel te laten runnen?

Cleo van Engelen:
“Ja, absoluut. Tijdens mijn directeurschap kreeg ik vaak de opmerking: ‘wat een leuk idee, maar zoiets zou bij ons nooit kunnen’. Ik vraag me dan gelijk af: waarom niet? Ik ben er namelijk van overtuigd dat iedere organisatie dit moet proberen én dit ook kan. Maar het vraagt wel om lef. Ik mocht tijdens mijn periode als directeur alle vertrouwelijke informatie inzien met in de wetenschap dat ik na 3 weken gewoon weer werknemer zou worden. Het is een stukje vertrouwen wat een directie moet durven geven”.

Heb je als young professional mét directeurservaring nog een advies aan alle topvrouwen van morgen?

Cleo van Engelen:
“Mijn advies aan eenieder – vrouw, man, jong of oud – is eigenlijk het motto waar ik zelf ook mee leef: je hebt zelf controle. Wacht niet af tot iets op je bordje komt, maar pak zelf je kansen. Toon lef. Wat kan ik nou zelf doen om de beste plek voor mezelf te creëren?”

Wil je reageren? Doe mee aan het gesprek op community.topvrouwatwork.nl