6,2%? Tijd voor een quotum en sancties

Webp.net-resizeimage-13-min

In de week dat Ingrid Thijssen is benoemd tot CEO van Alliander waren er ook teleurstellende cijfers over het aantal vrouwen in de top van het bedrijfsleven. De jaarlijkse Dutch Female Board Index laat zien dat slechts 6,2 procent van de uitvoerende bestuurders vrouwen zijn. Vorig jaar was dat nog 7,1 procent. Reden voor Linda Voortman (GroenLinks) om minister Bussemaker te vragen wat ze hieraan denkt te doen.

De verzuchting dat het niet opschiet met de diversiteit in het topbestuur – op dit platform toch menigmaal te beluisteren en te lezen – blijkt terecht. Een toevallige omstandigheid heeft, doordat de aantallen vrouwen zo klein zijn, al grote gevolgen. Delta Lloyd, met twee vrouwen in het bestuur, is van de beurs gehaald, en dus daalt het percentage. De benoeming van Ingrid Thijssen zal in de volgende index weer een opwaarts zetje geven. Maar het aantal benoemde vrouwelijke commissarissen ligt dit jaar met 25% flink lager dan de 33,8% in 2016.
Er is al zoveel wetenschappelijk en niet-wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de meerwaarde van diversiteit, dat je daar niet meer omheen kunt. In gemengde teams worden betere vragen gesteld, meer invalshoeken bekeken, creatieve oplossingen gedacht en is de kwaliteit van de besluiten hoger. Daarover gaat de discussie allang niet meer.

Politiek draagvlak

De Wet Bestuur en Toezicht geeft kaders hoe die twee zaken moeten zijn geregeld bij naamloze en besloten vennootschappen. Eén van de regels bedoelt een evenwichtige verdeling van de topfuncties over mannen en vrouwen te bereiken. Bij grote bedrijven mag het niet onevenwichtiger zijn dan 70-30. Dit is te danken aan een in 2009 ingediend amendement door de leden Kalma (PvdA), Van Vroonhoven-Kok (CDA) en Weekers (VVD). Aan politiek draagvlak ontbrak het niet.
De wet is in mei 2011 door de Eerste Kamer aangenomen en twee weken later gepubliceerd in het Staatsblad. Wel heeft de formele inwerkingtreding nog even geduurd. We zijn nu dus zes jaar later, of bijna acht jaar na het indienen van het betreffende amendement. Nog altijd is slechts 1 op de 16 topbestuurders een vrouw. Waardoor komt dat?
Het argument dat grote bedrijven het meest aandragen is: we hebben ons best gedaan, maar we konden geen geschikte vrouwen vinden. Dat is zelden meer een valide reden. Zelfs als dat letterlijk waar is, komt dat waarschijnlijk doordat mannen mannenregels en mannencriteria aanleggen. Die worden getoetst in een door mannen gedomineerde selectiecommissie, waarna een man beslist over de benoeming.

Drogredenen en obstructie

In een heleboel Europese landen – echt niet alleen Scandinavische – zijn de cijfers ten aanzien van diversiteit veel beter. Het is natuurlijk onzin te denken dat Nederlandse vrouwen minder kwaliteiten hebben dan hun Europese zusters. Dat is op geen enkel gebied zo, dus ook niet als het gaat om besturen. (Kijk voor de grap eens naar de prestaties op de universiteit, of in de sport)
Het ‘ze zijn er niet’ is daarnaast ook ontmaskerd als drogreden door acht Voorbeeldmannen op dit platform. De CEO’s van zeer uiteenlopende grote, internationaal opererende bedrijven – luchtvaart, financieel, consultancy, verf, bouw, energie – hebben allemaal één boodschap gemeen: het kan prima. Als je het echt wilt en je steekt wat extra moeite in het zoeken, vind je altijd voldoende geschikte vrouwen. En dan zit je binnen een overzichtelijke periode aan de dertig procent, stellen zij.
Of je nu de intrinsieke waarde inziet van divers samengestelde teams of slechts een regel wenst uit te voeren, er is voldoende tijd geweest om aan de wettelijke eis van minstens 70-30 te voldoen. Een bedrijf dat daar nu niet (bijna) aan voldoet, negeert de wet bewust. Dat is obstructie.

Quotum en sancties

Minister Bussemaker heeft gezegd: “Waar een wil is, is een weg, en waar geen wil is, is een wet”. VVD, CDA en PvdA hebben in 2009 het initiatief genomen om deze bepaling in een wet op te nemen. Als de politiek op dit punt geloofwaardig wil overkomen, is er maar één conclusie mogelijk: nu meteen een verplicht quotum instellen, en daaraan sancties verbinden. Dat is ook waar het Kamerlid Voortman naar informeert: wat gaat de minister doen, nu het huidige beleid niet blijkt te werken.
Zo’n paardenmiddel als een quotum is soms nodig om iets goeds te forceren. En het is ook helemaal niet zo erg. Of, in de woorden van de vorige CEO van Alliander, Peter Molengraaf: “Een quotum gaat wel over vrouwen, maar is bedoeld voor mannen. Die begrijpen targets wel.”

Wil je reageren? Doe mee aan het gesprek op community.topvrouwatwork.nl